Oliebelangen en het Midden-Oosten conflict

In de Eerste Wereldoorlog schreef de Britse minister van Buitenlandse zaken (Arthur James Balfour) een brief aan Lord Rothschild over de totstandkoming van een joodse staat in Palestina. De brief was bestemd voor de Zionistische Federatie. Frankrijk en Engeland zaten in een uitzichtloze loopgravenoorlog en Lord Crewe (Britse minister buitenlandse zaken) probeerden de joodse federatie aan de kant van de geallieerden te krijgen. Frankrijk had in een verklaring al steun gegeven aan de ‘hergeboorte’ van een joodse nationaliteit in Palestina. In 1916 legde Engeland en Frankrijk binnen het geheime Sykes-Picotverdrag de toekomstige grenzen van Palestina vast. Palestina was op dat moment nog in handen van het Ottomaanse Rijk.  Het vastleggen van nieuwe toekomstige grenzen in Palestina was tegenstrijdig aan de afspraken met de Arabieren die vastgelegd waren in de Hoessein (via Lawrence of Arabia) McMahoncorrespondentie (toezegging van het Verenigd Koninkrijk over onafhankelijkheid van Arabieren in grote delen van het Midden-Oosten.

Ibn Ali Hoessein (Sjarif van Mekka) kwam in opstand tegen de Ottomaanse overheersing en de geallieerden (vooral Britten) wilden zo snel mogelijk Turkije verslaan dat meevocht met de Centralen (Duitsland en Oostenrijk). Hoessein wilde een onafhankelijke Arabische staat stichten, waarover hij zelf zou regeren. In de McMahon correspondentie werd door de Britten de Palestijnse staat toegezegd aan de Arabieren inclusief (op een aantal beperkingen na) Libanon en Syrië. In het geheime Sykes-Picotverdrag werden de kustzones van de Arabische gebieden tussen beide landen verdeeld. De Fransen zouden de kuststrook van Noord-Syrie en Libanon krijgen met de steden Beiroet, Aleppo en Damascus, en de Britten de kop van de Perzische golf met de grootste stad Basra. De Woestijn zou verdeeld worden onder verschillende invloedrijke potentaten. Palestina zou onder internationaal bestuur komen. Ook werd besloten dat de onafhankelijkheid van de Arabische staten bij verlies van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog niet door Frankrijk en Engeland erkend zou worden. In 1917 beloofde Arthur Balfour zelfs steun aan de Zionistische beweging en de joodse nationaliteit in Palestina via Lord Rothschild. In 1917 veroverende de Britten Jeruzalem en konden de Britten samen met de Arabische opstandelingen doorbreken tot Aleppo en Mosoel.

In 1918 werd de strijd beslist en begonnen de diplomatieke problemen pas echt goed. De Britten kwamen tussen verschillende vuren in te staan. Aan de ene kant hielden de Fransen vast aan de claim op Syrië en Libanon, aan de andere kant waren de Britten geneigd om de claim van de Arabische opstandelingen op Damascus te erkennen. Frankrijk kreeg haar zin en de Arabische opstandelingen kwamen in opstand. De steun aan Frankrijk door de Britten werd beloond met de toevoeging van Zuid-Syrië (Transjordanie en Palestina), Bagdad, Basra en de drie Ottomaanse provincies van Mosoel (Irak) aan het Britse rijk. De Arabische opstandeling kregen een troostprijs: Amman en de troon van Irak na pacificatie in 1921. Het Verenigd Koninkrijk kreeg met toestemming van de Volkenbond Palestina met een verwijzing naar het joods nationaal thuis. In 1919 sloten de zonen (Faisal I en Abdoellah) van Ibn Ali Hoessein een overeenkomst met de Zionistische beweging (Chaim Weizmann) waarin beide elkaar steunden in de aspiraties voor eigen nationale staten.

In 1924 werd Ibn Ali Hoessein opgevolgd door zijn zoon, maar die werd verslagen door Abdoel Aziz al Saoed (leider van de puriteinse Wahabieten). De stichter, koning en vader van alle koningen van Saoedi-Arabië (ook een Brits protectoraat vanaf 1915 tot 1927). De andere zoon van Ali Ibn Hoessein, Faisal I werd koning van Irak (1921-1935) en was koning van Syrië met Britse toestemming van 1920 tot 1925. Het Wahibisme speelt momenteel een belangrijke rol in Saudi Arabië en het ontstaan van het IS terrorisme. Waar eerst Brits en Frans kolonialisme zorgde voor een verscheurd Midden Oosten  en koloniaal rechtgetrokken westerse lijnen via het Sykes-Picot verdrag, nam de VS die verdeel en heers politiek over.

wahabisme en terrorisme.

Dat had aan de ene kant een economische reden: olie/petrodollar, aan de andere kant steunde de kolonisten dictatoriale regimes met een enigszins stabiel politiek beleid. Met afvalligen en anarchistische onbetrouwbare regimes kun je geen zaken doen. Zeker niet als het gaat om het belangrijkste product ter wereld: olie en oliegaranties. Het westen steunt daarom vooral soennitische semi-seculiere militaire regimes in het Midden Oosten zoals Saddam Hoessein in Irak en het Saoed regime in Saoedi-Arabië. Beide landen niet geheel toevallig aartsvijanden van Iran (Sjiieten)

De westerse kolonisten zorgden niet alleen voor een westers antiwesters conflict door onder andere een Joods Thuis te creëren via de Staat Israël (Balfour verklaring) en een claim te leggen op olie concessies in het Midden Oosten. Het westen zorgde ook voor interne conflicten tussen verschillende islamitische stromingen wel of niet te financieren. Daartussen door loopt het Oost – West conflict tussen de Sovjet-Unie en het Westen. Zo steunt Rusland nu het Assad regime, Iran en Hezbollah en het Westen steunt de rebellen (die nu toch ook IS rebellen blijken te zijn voor een deel.). Vroeger waren die scheidslijnen een stuk duidelijker. De Sovjet-Unie steunde de communistische opkomende landen, het westen steunde de rechtse militaire regimes die in woord streefden naar democratie en vrijhandel, maar in de meeste gevallen rechtse militaire dictatoriale regimes waren. Het Westen (vooral de CIA/VS) komen telkens van een koude kermis thuis. Al Qaida ontstond uit de door de VS gefinancierde Mujahedien, die streden tegen de Russen in Afghanistan. Na de inval in Irak in 2003 door Bush was er geen duidelijk plan om Irak op te bouwen. Het Baath regime werd ontmanteld maar kon via de ontslagen officieren veranderen in wat IS nu is. Gesteund en gefinancierd met westerse wapens en geldstromen. Momenteel (2015) reageren we in Europa exact hetzelfde als George Bush na de 9/11 aanslagen. We moeten IS wegbombarderen. Dat is een Pavlov reactie die op geen enkele manier effectief zal zijn. Het roept eerder weerstand op en het voldoet aan het martelaarschap wat de islamitische fundamentalistische stromingen alleen maar sterker maakt. Bovendien maak je op die manier veel burgerslachtoffers waardoor je ook de burgerbevolking tegen je krijgt. We bombarderen vooral om een signaal aan ons zelf af te geven. Wie ons aanvalt zal dat merken. Dat is haviken taal, maar leidt niet tot een constructieve oplossing. Het verdeelt niet alleen het Midden Oosten, maar het verdeelt ook het Westen zelf. Linkse stromingen stellen zich terughoudend op tegen militair ingrijpen, rechtse stromingen grijpen vooral naar militaire middelen.

Diverse joodse identiteiten: ultraorthodoxe joden versus zionisten, religie, liberalisme en socialisme: de vorming van een joodse staat in Palestina

Momenteel is Joods zijn niet per se verbonden aan een religie. De joodse identiteit kan refereren naar de joodse religie. De uittocht van Mozes uit Egypte en de intocht in Kanaän met de verhalen uit het Oude Testament. Tegenwoordig is de joodse identiteit heel divers. Joods zijn kan verwijzen naar de staat Israël. Je woont of bent geboren in de staat Israël en je voelt je verbonden met het land vanwege je roots. Joods zijn kan ook los staan van religie. Veel joden zijn joods maar geloven niet per se in een god of doen niet mee aan de voorgeschreven joodse wetten uit de (Torah). Je hebt veel joden die niet per se verbonden zijn met de staat Israël en buiten Israël wonen.  Je hebt Palestijnse joden, Marokkaanse joden, Nederlandse joden etc. Je hebt zeer orthodoxe joden die tegen de oprichting van de staat Israël zijn. Omdat zij pas een staat willen stichten als de Messiah terug op aarde komt. Joden geloven niet in Jezus en verwachten dat de Messiah later op aarde terugkomt. En je hebt joden die niet per se religieus joods maar wel een joods Israëlische staat willen en er alles voor doen om deze staat te realiseren, uitbreiden en te beschermen (zoals het bouwen van nederzettingen).

Deze joden zijn de Zionisten. Zionisten verlangen terug naar het thuisland van Kanaän (Israël) en Judea. Je kan  het zien als een politieke stroming binnen het Jodendom. De term verwijst naar de berg Zion in Jeruzalem. Jeruzalem zou de hoofdstad van Israël moeten worden geheel alleen voor Joden. Het heimwee naar het thuisland stamt al af van de tijd van het ballingschap in Babylonië. Het zionisme wordt deels religieus gerechtvaardigd. De joden zijn de uitverkorenen die recht hebben op het ‘beloofde’ land. God heeft het zo bedoeld. Ook binnen de groep zionisten heb je verschillen in religieuze en atheïstische opvattingen. De identiteit is soms religieus georiënteerd vanuit het oude testament en het uitverkorene volk, anderzijds liggen de motieven vaak in het  slachtofferrol en een eigen plek en land hebben na de Oost-Europese pogroms in de geschiedenis en het schuldgevoel van Europa over de holocaust.

Het joods zionisme kende aanvankelijk een seculiere linkse stroming gebaseerd op een agrarische industriële zelfvoorzienende samenleving. De kibboetsen kenmerkte deze periode (vanaf de jaren ’20, twintigste eeuw). Na de jaren ’30 streefden meer religieuze zionisten naar een eigen natie. Ze werden samen met de revisionistische Zionisten een bepalende factor na de zesdaagse oorlog (1967) in het nastreven van een groter grondgebied voor de staat Israël en de terugkeer naar Palestina. De oorspronkelijke ideeën voor een eigen joodse staat in Palestina kwamen uit de 19de eeuw. De Duitse socialist Moses Hess was onder andere een van de grondleggers. De seculiere joden geloofden dat socialisme en liberalisme (twee emancipatie stromingen) het antisemitisme kon overwinnen en hun veiligheid en gelijkheid zou brengen in het land waar ze aanvankelijk woonden. Veel joden waren gevlucht van Oost-Europa naar Amerika. Na de Tweede Wereldoorlog sloeg dit idee bij vooral religieuze joden om en zette zich voort in het realiseren van een eigen staat in Palestina. Voor het zelfbehoud kon men niet meer om een eigen thuisland heen. Dit idee werd door de meeste joden gedeeld. Behalve de ultra-orthodoxe joden (Satmar-beweging) die fel tegen een eigen staat voor de verschijning van de Messiah waren.

In de Eerste Wereldoorlog veroverde het Britse rijk grote delen van het midden oosten op het Ottomaanse Rijk, waaronder Palestina. Palestina werd eerst toegezegd (Hoessein-McMahon-correspondentie) aan de Arabieren omdat de Arabieren mee vochten met de Britten tegen de Turken. Later werd het joodse thuis genoemd in de Balfour-verklaring door de Britse Lord Balfour. In 1919 sloten Faisal I  en Chaim Weizmann een overeenkomst tijdens de vredesconferentie in Parijs en erkende men elkaars nationale ambities. In 1922 kreeg de Volkenbond officieel het mandaat over Palestina. De Arabische bevolkingsmeerderheid wees de Balfour-verklaring af en er volgde gewelddadig verzet tegen de groeiende joodse immigratie en het Britse bestuur.

De joods-zionistische gemeenschap in Palestina (Jisjoev) zette eigen instituties op. Daarnaast werd de  militante zionistische organisatie Hagana opgericht, wat verdediging betekende. De revisionisten richten een eigen zionistische guerilla leger (Irgun) op die zich afkeerden tegen de Arabieren en de Britten. Na de moord op de Britse diplomaat Lord Moyne keerde Winston Churchill zich tegen de zionisten. De Britten stelden strikte immigratiebeperkingen op aan de Zionisten en streefde naar een bi-nationaliteit Arabisch-Joodse staat. De Irgun en Hagana stimuleerde de illegale immigratie van joden naar Palestina en keerden zich met aanslagen verder tegen de Britten. In 1947 gaf Groot-Brittannië het mandaatgebied terug aan de Verenigde Naties.

Het verdelingsplan van de Verenigde Naties werd door beide partijen verworpen. Na het vertrek van de Britten in 1948 riepen de joden de staat Israël uit. Een dag later vielen de Arabische landen Israël binnen (Arabisch-Israëlische oorlogen of Onafhankelijkheidsoorlog). In 1949 had Israël een groter grondgebied dan het verdelingsplan van de VN en trad Israël als ‘officiële’ staat toe tot de VN. Een kleine groep marxistische joden heeft een grote afkeer van het zionisme vanwege het op dit moment kapitalistische en imperialistische karakter.

Het kapitalistische ‘westerse’ karakter is onder meer ontstaan door grote lobby clubs (AIPAC in New York) en financiële steun uit de overwegend joodse bankensector.

Oliebelangen en toenemende conflicten tussen het westen (Britten en Amerikanen) en de streng islamitische Arabische landen.

In 1932 werd er aardolie gevonden in Saoedi-Arabië en gaf Saoed veel Amerikaanse bedrijven (Standard Oil, Mobile en Exxon) diverse rechten om te boren en werkten samen onder de naam Aramco. In Dhahran werd de grootste olie industrie opgezet (oil dorado). De inkomsten gingen eerst naar het Koningshuis, later naar de onderdanen.

Het koningshuis werd een oli(e)garchie en had hechte banden met de Verenigde Staten door massale olie exporten naar het westen. In 1980 verwierf de Saoed-Arabische staat het volledige eigendom op Aramco door ontevredenheid over de verdeling van de opbrengsten.

Permalink voor ingesloten afbeelding

In Iran volgde een vergelijkbare olie industrie maar met veel meer verzet tegen westerse dominante invloeden die mee wilden profiteren van de olie opbrengsten. In 1908 werd in Abadan (Iran) een vergelijkbare hoeveelheid olie gevonden en geëxploiteerd met een Britse olie concessie  door de Anglo-Persion oil company tot 1938. Vanaf 1925 moderniseerde en verenigde de zelf uitgeroepen Sjah het land met wegen, nieuwe industrieën en meer westerse waarden  zoals rechten voor vrouwen en het verbod op hoofddoekjes.

Dit riep felle weerstand op van de puriteinse sjiitische bewegingen. Door voortdurende onenigheid over de verdeling van olie opbrengsten met de Britten koos de Sjah voor Hitler in de Tweede Wereldoorlog en werkte later samen met de Russen. Door onderdrukking van de Amerikanen werden de Russen in Noord-Iran hartelijk ontvangen. In Iran ontstond een sterke communistische partij (Tudeh partij) onder de arme bevolking van het land die streden tegen de invloed van de Amerikanen, de Britse oliebaronnen en de puriteinse Sjiiten. Hierdoor werd de invloed van de jonge opvolger (Mohammed Reza Pahlavi, ambtstermijn 1941-1979) en zoon van de Sjah groter. Een onafhankelijk Iran en een eigen olievoorraad (nationalisatie) waren grote belangrijke politieke doelen. In Abadan en Teheran volgden grote volksopstanden tegen de Britse invloed. In 1951 werden de oliemaatschappijen genationaliseerd en startte de Britse  exodus uit Iran. De Britten reageerden met een embargo op Iran wat het land in een economisch depressie leidde. Bovendien stond de oliemaatschappij zo goed als stil.

De seven sisters: Shell, Exxon, BP, Mobile, Chevron, Texaco, Gulf, tot de oliecrisis in 1973, het grootste oliekartel van de wereld.

De Sjah had nieuwe distributeurs nodig en de Amerikanen grepen deze kans met een consortium van 7 oliemaatschappijen waardoor de olie-industrie weer opgang kwam. In Egypte werd  in 1954 de Arabische nationalist Nasr een van de machtigste nieuwe leiders met een forse aversie tegen westerse kolonialisme, oliemaatschappijen en de staat Israël. Nasr belaste (tol) de gebruikers van het Suezkanaal (vooral Fransen en Engelsen) fors. Nasr bezette en nationaliseerde het Suezkanaal. Israël en het westen bombarderen als reactie hierop Caïro. Ook in Irak begon de bevolking zich tegen de Britten te keren. Het Brits geïnstalleerde parlement in Irak verdween in 1958. De Irak oil company werd genationaliseerd. In 1961 dreigde de Irakezen Koeweit (onafhankelijke Britse protectoraat) te bezetten voor meer olie inkomsten. De rijke Saoedi’s steunden Koeweit met wapens en geld. Ook de Sjah (Iran) kocht veel wapens met oliegeld van de Amerikaanse wapenindustrie (Nixon en Kissinger).

Tussen 5 en 10 juni 1967 werd een oorlog uitgevochten tussen Jordanië, Egypte Syrië en Israël. Dit wordt de 6 daagse oorlog genoemd (verwijzing naar het scheppingsverhaal).  Aanleiding voor de zesdaagse oorlog waren de toenemende grensconflicten tussen Israël en Syrië (PLO) na de Suezcrisis in 1956.

De Arabische landen kwamen in oorlogstemming en voerden de militaire druk op. O.a. in de Sinaï woestijn en het sluiten van de straat van Tiran voor Israël. De nieuwe Israëlische regering (nationale eenheid, Likoed en Arbeidspartij) besloot de opvoerende Arabische militaire overmacht te verminderen door als eerste aan te vallen. Op 5 juni 1967 vernietigde Israël de hele Egyptische luchtmacht en een frontale Israëlische aanval brak door de Egyptische verdediging in het noorden van de Sinaï. Daarnaast veroverde Israël heel Jeruzalem van Jordanië. Het Egyptische leger trok zich terug aan de overkant van het Suezkanaal en Jordanië vertrok naar de overkant van de Jordaan. De westelijke Jordaanoever werd ook bezet door Israël. Ook bezette Israël de Syrische Hoogte van Golan, net voor er een wapenstilstand afgedwongen werd door de internationale veiligheidsraad. Op 9 juni veroverde Israël de Syrische hoogvlakte en op 10 juni gaf Syrië het zuidelijke deel op om Damascus te beschermen. Om 18.30 werd de strijd gestaakt. Het grondgebied van Israël met o.a. de Gazastrook verviervoudigde waardoor veel Arabieren (Palestijnen en Syriërs) onder Israëlisch bewind kwamen.

In 1973 viel Egypte onder leiding van Sadat (Egypte) heel onverwacht de Sinaï woestijn (east bank) aan op de dag dat de joden Jom Kippoer vierden. De Jom Kippoer oorlog (belangrijkste feestdag van de joden) wordt ook wel de Ramadan oorlog genoemd. Allemaal verwijzingen naar een ‘heilige’ oorlog. De Israëlieten konden de aanval in de Sinaï afwenden door de betere wapens, moraal en het effectievere strategische optreden. Het verlies en de hulp van Amerikaanse steun aan Israël luidde de eerste grote oliecrisis in. Saoedi Arabië kon niet tegelijk de Amerikaanse steun aan het Zionisme goed keuren en daarnaast de olieleveranties aan Amerika en Europa voortzetten. Henry Kissinger’s diplomatieke optreden tussen Sadat (Egypte) en Israël beëindigde de olieboycot en Israël en Egypte sloten vrede.  Sadat steeg in aanzien na de verloren oorlog in de Sinaï en het westen had weer toegang tot goedkopere olie na de crisis.

Door de crisis stegen de olie prijzen waar Iran bijvoorbeeld enorm van profiteerde. De bevolking groeide harde, de steden moderniseerden in een snel tempo en Iran investeerde veel in wapens en militaire voorzieningen. Ook de welvaart in Saoedi Arabië groeide in een enorm tempo. Gratis gezondheidszorg, de nieuwste modellen auto’s en werkloosheidsuitkeringen (er was weinig werkgelegenheid in de olie-industrie). Tot aan de vroege jaren ’60 was het Midden Oosten afhankelijk van olie prijzen van de aandelenmarkt in Rotterdam en New York en de bekende westerse oliemaatschappijen  ‘de seven sisters‘. Daarnaast daalde de prijs door de Russische olievondsten in Siberië. Saoedi-Arabië ging op zoeken naar oliepartners in Venezuela waar ze ook weinig moesten hebben van westerse invloed (kolonialisme). In 1960 richtte Saoedi-Arabië, Koeweit Venezuela, Iran en Irak de OPEC op.

De Organization of Petroleum Exporterende Countries. Het belangrijkste doel was om de prijs voor olie export stabiel te houden. Een aantal leden waaronder de Sjah streefde naar hogere prijzen, een hogere opbrengst voor olie. Saoedi-Arabië hield vast aan stabiele olieprijzen. Eind jaren ’70 werd de koning van Saoedi-Arabië (Faisal bin Abdoel, zoon van de stichter van Saoedi-Arabië) vermoord door militante moslims. De militante moslims streden tegen corruptie van het regime en de samenwerking met Amerika. Ook de Sjah kon ondanks de hogere olieprijs de olieproductie niet handhaven. Dat leverde veel onrust en stakingen op.

De Sjah vertrok in 1979 en de streng sjiitische Ayatollah Khomeini nam zijn plaats in via de islamitische revolutie. De Ayatollah stelde een religieus-fundamentalistische islamitische staat in met vele executies van dissidenten, homoseksuelen of mensen die niet binnen de strikt islamitische cultuur pasten. In Iran komen met name veel studenten in opstand. Iran kent een zeer jonge bevolkingsopbouw met veel werkloze jongeren. Tegelijkertijd betrad de Sovjet-Unie de Perzische golf met een aanval in Afghanistan tegen de Moedjahedien (islamitische verzetsstrijders). Waarbij de Sovjet-Unie dichter bij de oliebronnen kwamen.

Het lukte de Sovjet-Unie alleen niet om de Moedjahedien te verslaan (o.a door financiering vanuit de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië aan de Moedjahedien en de latere Taliban). In 1980 werd Iran binnengevallen door Irak. Saddam Hoessein (soenniet) haatte de  sjiitische Khomeini regering en aasde op de rijke olievelden in Noord-Iran. Saddam verwachtte de vrij chaotische regering in Iran snel te kunnen verslaan. Dat viel tegen. Iran viel zelfs enkele belangrijke Iraakse steden aan. Irak reageerde met o.m. gifgas. Later bestookten ze elkaar met Scud-raketten.

De oorlog versterkte de haat tussen Sjiiten en Soennieten en in Mekka liep het vaak uit op rellen tussen deze partijen. De botsende Sjiitische meerderheid in Iran haatte de steun van Saoedi Arabië, het westen en de soennietische Baath partij in Irak. Begin jaren ’90 viel Saddam Hoessein onverwachts Koeweit aan en begon de eerste Golfoorlog. De Amerikanen (George Bush sr.) grepen in (Operation desert Storm). De aanval van het Amerikaanse leger met onder meer vrouwen leidde ook tot een kleine feministische golf in Saoedi-Arabie die rijdend in auto’s de straat op gingen.

In Dharam pleegt Al-Qaida in 1996 een aanslag op de VN luchtbasis in Saoedi-Arabie. Vijf jaar later (2001) pleegt Al-Qaida de grootste aanslagen in New York en Washington (9/11-aanslagen). De Saoedische regering belemmert in beide gevallen de onderzoeken om het Al-Qaida netwerk in het land te verdoezelen.

In 2003 pleegt Al-Quaida opnieuw een aanslag met bommen in Saoedi-Arabië. In 2003 viel Bush jr. Irak opnieuw aan. Nu met het doel om Saddam af te zetten, massavernietigingswapens op te sporen en democratie en stabiliteit in het Midden Oosten te brengen. Het hoofddoel was de garantie van de oliereserves en de prijs van olie voor de wereldeconomie niet in gevaar te brengen. Maar dat kun je politiek niet zeggen. Tussen de twee (golf)oorlogen in legde de VN Irak sancties op. Om de bevolking minder te raken stelde ze een olie voor voedsel en medicijnen programma op.

Na de tweede Irak oorlog was het land volledig in puin, was de olieproductie gehalveerd en maakte ze gebruik van zeer verouderde technieken. Het land werd continu bedreigd door zelfmoord aanslagen van terroristen op oliebronnen, werknemers of belangrijke gebouwen. Daarnaast beschouwden de Koerden Kirkuk als autonome stad voor de Koerden. Kirkuk is een van de belangrijkste oliesteden in Irak (Koerdistan). Arabieren en Koerden staan in Kirkuk lijnrecht tegenover elkaar. Ook in Iran kun je nauwelijks de opbrengsten van de olie-industrie zien. Tien miljoen mensen leven in Iran onder de armoedegrens. De infrastructuur is sterk verouderd en de bevolking gebruikt een groot deel van hun eigen olievoorraden voor benzine (er is nauwelijks publiek transport, dus iedereen rijdt in een sterk verouderde vervuilende auto). In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, Koeweit en de Verenigde Emiraten met schatrijke kapitalistische oliestaten als Abu Dhabi, Qatar en Dubai.

Arabische Lente.

De Arabische Lente begon met een start van opstanden in de landen Tunesië, Egypte, Libie, Jemen en een burgeroorlog in Syrië.

Politiek economisch Europees/Amerikaans olie imperialisme.

In de eerste periode van het Europese olie imperialisme werden de verhoudingen in het Midden Oosten tussen vooral Groot-Brittannië, Palestina en later Iran onhoudbaar. Met name omdat het Verenigd Koninkrijk zich opstelde als zwakke politieagent. De dubbelzinnige houding van de Britse regering wordt dan ook gezien als oorzaak van het Palestina-Israël conflict. Het Britse mandaat bleek even impopulair te zijn in Irak en Palestina als de Franse regering in Syrië en Libanon, gevolgd door vele volksopstanden. In Irak brak zelfs een opstand uit door een coalitie van stamhoofden, soennitische notabelen en geestelijke sjiieten. Na de Tweede Wereldoorlog speelde de Amerikanen op het internationale terrein een grote rol en nam de invloed van het voormalige Britse imperium af (bijna alle voormalige invloedrijke landen moesten nu schulden terug betalen aan de VS).  Van een isolationistisch beleid van voor 1915 traden de Amerikanen op als politieke tussenpartij en internationale handelspartner, vooral gericht op oliebelangen.

De Amerikanen hadden economisch geprofiteerd van de Tweede Wereldoorlog en waren instaat om nu ook te investeren in handelsbelangen met vooral Saoedi-Arabië, Koeweit en Irak. Ze konden tevens militaire steun geven bij conflicten tussen Soennieten en Sjiieten. Amerika wordt door veel landen in het Midden-Oosten als grote agressor gezien door de structurele steun aan Israël en de oliebelangen in het Midden-Oosten.

De evolutie van modern terrorisme:

Onmogelijke en onhoudbare situatie in Syrië en Irak vanaf 2014: proxywar tussen VS en Rusland?

Momenteel speelt het conflict zich vooral af in Syrië en Irak. De VS had na de inval in Irak (2003) en Afghanistan (2001) nauwelijks een opbouwplan om de landen constructief een toekomst te geven. Dat heeft geleid tot complete chaos en de opkomst en afsplitsingen van verschillende jihadistische terreurgroepen die onderling met elkaar concurreren.

http://topdocumentaryfilms.com/enemy-rise-isil/

Islamitische Staat is eigenlijk een afsplitsingsbeweging of militie van Al Qaida en heeft als doel om de Islam te verdedigen (jihaad) en de Soennitische Irakezen te verdedigen. ISIS bestaat voornamelijk uit Salafisten en Jihadisten. Het doelgebied werd na de Syrische burgeroorlogen uitgebreid. ISIS splitste zich af van Al Qaida door de onenigheid met Al-Nustra. Al Qaida steunde Al-Nustra en niet ISIS. Al Qaida en Al-Nustra strijden beiden tegen de legers van VS, Syrië en Irak. ISIS streeft naar een nog meer fundamentalistische staat en keert zich ook tegen vrijzinnige moslims, onschuldige burgers, Alevieten en Sjiieten. ISIS streeft naar een eigen fundamentalistische Kalifaat exact naar het voorbeeld van de profeet Mohamed. ISIS is meer een regionale militie dat streeft naar eigen grondgebied in de Levant, een eigen fundamentalistische regering, eigen moslim staat en wil dit bereiken met extreem barbaars geweld (onthoofdingen, kruisigingen, verbrandingen, martelingen etc.).

Na 2014 is Syrie en grotendelen van Irak het strijdtoneel geworden van grotere mogendheden: VS, Golfstaten (steun aan rebellen en de Koerden), Turkije (strijd tegen de Koerden) Rusland en Iran (steun aan het Syrische leger, Assad). ISIS speelt daar een rol tussenin. Amerika en Europa vechten een proxywar uit tegen Rusland en Iran via Assad tegen de rebellen. Daarbij worden alle rebellen in 1 groep gegooid. Dat brengt Europa en de VS in een moeilijke situatie. Moet je nu Assad steunen, een president die zijn eigen bevolking vergast en bombardeert met brandbommen of moet je de rebellen steunen? Rebellen waartoe ook ISIS behoort en andere terroristische groepen vallen? Rusland, Iran en Hezbollah steunen overduidelijk Assad en het Syrische leger. Na de barbaarse aanvallen van ISIS (onthoofding James Foley) kan Europa en de VS niet meer zo makkelijk eenduidig de rebellen steunen en wapens sturen. Want deze wapens komen gemakkelijk in verkeerde handen terecht.

Militair ingrijpen is ook een moeilijke optie. Afghanistan en Irak zijn zeer duidelijke voorbeelden geweest van mislukte interventies. Daarnaast heeft Obama de belofte gedaan om het leger uit deze conflict gebieden te halen. Een belofte die samen met Guantanomo Bay erg moeilijk uit te voeren is. Obama heeft een onmogelijk erfenis van George W. Bush overgenomen.

De burgeroorlog in Syrië startte met de Arabische Lente in de Noord-Afrikaanse landen waarin de lang zittende dictaturen omgegooid werden door grootschalige burgeropstanden (Tunesie, Egypte, Libie etc.). Deze burgeropstanden werden deels en half gesteund door het westen (wat enigszins tegenstrijdig is want deze militaire dictaturen zijn ook vaak door het westen geinstalleerd). Deze dictaturen stammen nog uit de tijden van de strijd tussen Amerika en Rusland uit de koude oorlog. Je kunt maar beter een westerse dictatoriale marionet hebben om het communisme te bestrijden. Bovendien heb je via deze dictatoriale regimes toegang tot belangrijke grondstoffen, strategische plekken en olie (met name Libië). Irak (olie, Saddam Hoessein), Libie,(olie, Khadaffi), Egypte (Muburak, Suezkanaal), Saoedi Arabië etc. Iran en Syrie behoren tot de tegenpartij (Russische marionetten/satelietten). Zo is Syrie voor Rusland de laatste toegangsweg tot de Middelandse Zee via Tartous (strategisch belang). Bovendien is Assad een grote afnemer van Russische wapens (economisch belang).

Rusland heeft jarenlang het Assad regime gesteund en vecht ook tegen de rebellen (zowel ISIS als alle andere rebellen). Amerika en Europa (het westen) waren eerst van plan om Assad op te ruimen. Nu ISIS zich tegen het westen keert (net als Al Qaida) valt het plan om Assad te verwijderen in duigen. Amerika en Europa moeten draaien. Eerst Assad steunen en ISIS en andere terroristische bewegingen verwijderen of zich zelf laten uitroeien en daarna richten op het Assad regime. Dat betekent dat het Westen in sommige gevallen samen moeten werken met oude vijanden: Rusland en Assad. Gepolitiek staat Putin hierin heel sterk. De VS reageert daarop met economische sancties, westerse propaganda, false flags. Overigens doet Putin precies hetzelfde. De media hoort bij deze manier van oorlogvoering. We hebben alleen niet meer door dat alle partijen dat doen. Daarnaast zien we niet dat het gaat om een grondstoffen en currency war. Alle grote oorlogen gaan om of geld of olie: de petrodollar.