De Neoconservatieven: Strauss-Smitt ideologie

Het politiek Neoconservatisme:  Strauss-Schmitt filosofie.

De neoconservatieve beweging ontstond in de tijden van het anti-Stalinisme en keerde zich af tegen alles wat links was. In de loop van tijd schoof de beweging op naar meer Amerikaanse conservatisme waarbij vooral Amerikaanse normen en waarden, internationaal militair ingrijpen, promotie van democratie en de Amerikaanse belangen belangrijk werden. Volgens de neoconservatieven heeft het liberalisme gefaald.

Vanaf 1980 wordt de term neoconservatisme gebruikt om zich af te zetten tegen het Amerikaans moderne liberalisme. Tijdens het presidentschap van George Bush wordt neoconservatisme in verband gebracht met de Bush-doctrine, met name op het buitenlands beleid. Neoconservatieven verzetten zich tegen de coalitie politiek van links, raciale integratie, anti-uncle Tomisme, anti anticommunisme tijdens de Vietnam oorlog. Veel Neoconservatieven waren vroeger links of liberal en vooral anti-Stalinistische (joodse) intellectuelen in New York.

Deze intellectuelen haakten af bij de linkse politieke programma’s van president Johnson in de jaren ’70. De neoconservatieve beweging (the real majority) voelde zich niet thuis bij non-interventionisme, anti-amerikanisme  en activisme tegen de Vietnam oorlog. Daarnaast speelt het joods-christelijke erfgoed een belangrijke rol bij de traditionele beleving van de Amerikaanse cultuur: the major morality. De neoconservatieve beweging schoof daarmee ook op van een seculiere beweging naar intelligent design.

Waarbij wetenschappelijk darwinisme verworpen werd en een pseudo-wetenschappenlijke visie over de ontwikkeling van leven gecombineerd werd met een christelijke geloofsovertuiging gebaseerd op schepping in plaats van evolutie. Het neoconservatisme beleefde haar hoogtepunt na de 9/11-aanslagen.  Voor de aanslagen hanteerde George Walker Bush (2000) niet specifieke neoconservatieve principes. Een gematigd buitenland beleid ten opzichte van China (communistisch) en Israël (bondgenootschap) en een overeenkomstig beleid met de democratische voorganger Bill Clinton. Na de aanslagen veranderde Bush het beleid drastisch naar een neoconservatief beleid gebaseerd op de as van het kwaad (Irak, Iran en Noord-Korea), angst politiek, de patriot act, toename beveiliging (met name bij vliegvelden) en langdurige en kostbare oorlogen in Afghanistan en Irak.

De Bush doctrine leidde de rol als wereldwijde politieman in om terrorisme op Amerikaans grondgebied te voorkomen. Tijdens de 2008 verkiezingen werd het neoconservatisme afgezwakt door de republikeinse presidentskandidaat John McCain. McCain combineerde neoconservatieve opvattingen met pragmatistische oplossingen (pragmatisme en realisme staan haaks op het conservatisme). Met name een pragmatische voortzetting van de oorlog in Irak. In 2009 kan het neoconservatisme gekenmerkt worden als een ideologie dat de wereld in goed en slecht verdeeld, weinig tolerantie voor diplomatie, makkelijk gebruik van militair geweld, unilateraal Amerikaanse inzet, het neerkijken op multinationale samenwerking, en een focus op het midden oosten (vanwege de oliebelangen).

Het belangrijkste doel is de Amerikaanse staat verdedigen tegen de ‘nieuwe’ vijand. Al lijkt het soms ook of de verdediging van Israël het belangrijkste doel is van de neoconservatieven. In maart 2015 waarschuwde Netanyahu bij  republikeinse gedeelte van het congres in Amerika voor het atoomakkoord dat Amerika en Iran wellicht gaan sluiten. Eigenlijk was het een verkapte verkiezingsspeech voor zijn Likoed partij (uitgesproken rechtse partij). De democraten moesten niets van de speech weten. Democraten prefereren een twee staten oplossing, vrede en harmonisatie tussen Palestijnen en Israëlische burgers.

De neoconservatieve ideeën van de Bush-doctrine tijdens de Irak oorlogen en de 9/11-aanslagen vinden hun oorsprong bij politiek-filosofisch denkers als Leo Strauss (1899-1973) en Carl Smitt. Paul Wolfowitz studeerde onder Leo Strauss. Strauss werd geboren in een orthodox joods gezin in Duitsland (Kirchhain). In zijn studiejaren was Strauss een politiek zionist. In 1935 kreeg hij een aanstelling in Cambridge (Engeland).  Strauss migreerde 2 jaar later naar de Verenigde Staten en werkte bij de vakgroep geschiedenis van de Columbia-universiteit in New York. Vanaf 1949 werkte Strauss bij de Chicago universiteit als hoogleraar politieke filosofie. In tegenstelling tot het liberalisme, waarbij individuele vrijheid het hoogste doel is, streeft Strauss naar een overheid die zich richt op menselijke excellentie en politieke deugd. Net als Plato vraagt Strauss zich af of goede efficiënte politici volledig eerlijk konden zijn en toch de beste doelen konden bereiken voor de maatschappij. In welke mate kan vrijheid samen gaan met excellentie. Zijn leugens om bestwil (Plato) geoorloofd om een maatschappij bijeen te houden en te gidsen. Zijn niet te bewijzen mythen noodzakelijk om de meeste mensen doel en richting te geven en zo een stabiele maatschappij te verzekeren, of kan een maatschappij zonder meer floreren  op basis van de dodelijke waarheid (Nietzche), beperkt met wat we zeker kunnen weten. Strauss ziet het liberale idee van alles in twijfel trekken (skeptisme) en individuele egoïsme als een bedreiging voor maatschappelijke normen en waarden. Politici hebben de taak om inspirerende mythen of illusies te creëren om de maatschappelijke waarden en samenleving als geheel bijeen te houden. Strauss was al op jonge leeftijd betrokken bij de Duitse Zionistische jongerenbeweging. Later werd  hij teleurgesteld in de opvattingen en politieke doelen van deze beweging. Criticasters associëren Strauss met militaire imperialisme (machiavellisme), neoconservatisme, een anti-democraat en christen fundamentalisme. Er is met name veel kritiek op het standpunt dat burgers constant voor gelogen en bedrogen moeten worden om de maatschappij bijeen te houden. Ryn en Strauss verbinden neoconservatieve waarden met universele Amerikaanse ideeën en principes die het wereldwijde ingrijpen van Amerika in andere landen rechtvaardigen. Amerika als mondiale politiemacht voor het behartigen van ‘abstracte’ ‘universele’ ‘westerse’ waarden wereldwijd. Bringing the blessings of the “West” to the benighted “rest”. Aan de andere kant roept Strauss op om politiek niet te verbinden aan filosofie. Strauss had een afkeer van totalitaire staten. De ideeën van een staat moeten niet leiden tot het opleggen van een wereldmacht. Wat dat betreft zijn de ideeën van Strauss tegenstrijdig of dubbelzinnig en kun je vrijelijk in zijn gedachtegoed shoppen. Het is niet dat Strauss een voorstander is van het neoconservatisme, maar dat het neoconservatisme een deel van zijn ideeën overnam. Het gaat dan vooral om conservatieve denk-tanks, conservatieve activisten, studenten en bekende politici.

Carl Schmitt is een Duitse filosoof, jurist en politiek theoreticus (1988-2085). Zijn werk is vooral controversieel door zijn optreden als jurist voor het ‘derde Rijk’. Schmitt wordt als een van de belangrijkste juristen van het nazisme beschouwd. In 1933 trad Schmitt aan in het kabinet Hitler en was betrokken bij grootschalige boekenverbrandingen. Zijn ideeën vormden de basis voor het nazi dictatorschap en de rechtvaardiging voor het Nazi Fuhrertum (auctoritas). In 1934 trad Schmitt aan als hoogste rechter van het Nazi Rijk. Schmitt presenteerde zichzelf als radicale antisemiet. In 1936 trad Schmitt terug vanwege kritiek op de radicale nazi ideologie en beschuldiging van de SS die Schmitt zagen als een pretentieuze nep nazi. Carl Schmitt was een groot voorstander van dictaturen. Dictaturen waren vele malen efficiënter dan democratieën. Besluitvorming in democratieën bestaat uit halfslachtige compromissen, is vrij bureaucratisch en verloopt behoorlijk traag. Na de Tweede Wereldoorlog schreef Schmitt zijn belangrijkste werk over de realisatie van een nieuwe wereldorde.

De eenwording van Europa zou oorlogen tussen soevereine staten verminderen. Een Europese staat zou de basis vormen voor het moderne tijdperk. Schmitt was kritisch op het isolationisme van de VS in de Eerste Wereldoorlog en voorstander van het interventionisme, en ziet de VS als meest potentiële staat voor de realisatie van een nieuwe wereldorde. Carl Smitt wordt geassocieerd met neoconservatisme  en fascisme omdat controversiële  politieke handelingen worden gerechtvaardigd op basis van de ultieme macht van de president (unitary executive theory) om zijn staat te beschermen. De patriot act is hier het bekendste voorbeeld van. Maar ook bepaalde martelmanieren zoals waterboarding, the war on terror,  het schenden van mensenrechten, afluisterpraktijken en het schenden van de wetten van de conventie van Genève.

Neoconservatieve financiële belangen botsen vaak met maatschappelijke belangen. Vragen over schuld en rente vrije bankensystemen zijn gevaarlijke voorstellen en leiden vaak tot heftige conflicten met de machtige private (centrale) bankiers. Neoconservatieven belangen dienen vaak de grote multinationals met het doel om zoveel mogelijk winst te genereren voor multinationals of voor de mensen met al de hoge inkomens. De combinatie tussen markt en een centraal geleide overheid staat centraal. Dat kan via lobbyclubs in de bankensector, de agrarische sector (Monsanto), energiesector (vooral fossiele energie (exxon mobile, BP, Shell etc.) gebeuren, maar ook via neoliberaal beleid (belastingverlaging multinationals, grootverbruikers, kapitaal, belasting verhoging arbeid en inkomen). Multinationals dienen daarnaast ook vooral de niet maatschappelijke belangen omdat ze externe effecten afschuiven op de samenleving en de toekomstige generaties. Juist met groene en sociale belastingen kun je de externe kosten juist afwentelen op de vervuilers of de mensen die het meest profiteren van winsten (verhoging BTW op luxeproducten, ecotax, CO2 tax, vennootschapsbelasting multinationals, progressief belastingbeleid).

Op dit moment zie je juist dat grote multinationals ruimschoots belastingen kunnen ontduiken of ontwijken via belastingparadijzen (brievenbusfirma’s). De topinkomens kunnen en konden jarenlang belastingvrij vermogen wegzetten bij bijvoorbeeld Zwitserse banken, de Kaapverdische eilanden, Monaco, Dubai. Maar ook Nederland maakt het mogelijk om via postfirma’s veel minder belasting te betalen. Het zijn bedrijven (vaak grote multinationals) die alleen een postbusadres in Nederland hebben om via Nederlandse belastingafspraken minder belasting af te dragen (google, rolling stones, bono, starbucks). Het is onrechtvaardig dat grote multinationals nauwelijks belasting hoeven te betalen, terwijl kleine ondernemers, burgers en werknemers steeds meer belasting betalen. Bovendien verliest het land van herkomst (het land waar de multinational zich werkelijk gevestigd heeft en het land waarin de multinational daadwerkelijk productie levert) inkomsten doordat multinationals op grote schaal de belastingen ontwijken.

Op deze wijze profiteren de multinationals en de belastingparadijzen van belastingontwijking en ontvangt het producerende land van herkomst (vaak een ontwikkelingsland) vooral de nadelen (negatieve externe kosten van productie, uitbuiting werknemers en milieuvervuiling). De reële productie in het land van herkomst wordt door de toenemende globalisering niet belast. Zo belast je niet de externe kosten van een product of dienst en houd je een afwentelingssysteem in stand. Een systeem dat goed is voor multinationals, een systeem dat slecht is voor de totale maatschappij (uitbuiting werknemers, inkomsten land van herkomst en milieuvervuiling). Luxemburg (Fiat, WE) is naast Nederland (Starbucks, ASML subsidie via de innovatiebox, Rolling Stones, Roll Roys etc.), België (belastingaftrek rente en eigen vermogen, Philips, Shell, ING, DSM, Heineken), Ierland (Apple) en Zwitserland ook een bekend Europees belastingparadijs. Multinationals gebruiken hiervoor de royalty druk methode. De winst op papier wordt zo laag mogelijk gehouden, zodat er zo weinig mogelijk winstbelasting betaald wordt. De kosten van royalties wordt van de winst afgetrokken zodat de winst lager wordt. Deze royaltie kosten zijn nepkosten want ze worden binnen het eigen bedrijf doorberekend alleen in een ander land. De zeer lage winst wordt uiteindelijk in het land van de brievenbus tegen de laagst mogelijke tarieven belast. Het ontwijken van de belastingen (fiscaal optimaliseren) kan de belastingmoraal in een land aantasten. Waarom zouden burgers bijvoorbeeld belastingen betalen als multinationals massaal de belastingen mogen ontwijken? Het loskoppelen van belastingen en land van productie is wereldwijd legaal, maar wel immoreel.

Historisch gezien kun je vele vraagtekens zetten bij verschillende dwarsverbanden tussen multinationals en belangrijke bewindsvoerders en bestuurders. Heeft de nationale overheid nog wel de mogelijkheid op toetsing, controle en uitvoering van het beleid of wordt het beleid bepaald door multinationals en de bankensector. Waar ligt de macht en is er historisch gezien sprake van een machtsverschuiving geweest. Hebben burgers uiteindelijke democratische invloed of wordt het beleid en de geldstromen voornamelijk bepaald vanuit de board rooms van grote multinationals en bestuurders van grote organisaties? Hoeveel invloed hebben burgers in de samenleving op grote gebeurtenissen?

Zo financierde Standard oil (Rockefeller), de Warburg familie en Prescott Bush Adolf Hitler’s activiteiten in de WOII. Profiteerden grote multinationals als. I.G. Farben, Ford, Hugo Boss, General Electric (Morgan) van de oorlogsinvesteringen.

Konden grote centrale banken met privaat vermogens (Rockefeller/Rothschild) het alleenrecht op geldcreatie en ontkoppeling van goud door de hoge herstelbetalingen en schulden opeisen, waardoor het land grotendeels ontregeld werd door hyperinflatie. Hitler stelde bij zijn aantreden weer de Reichsbank in en maakte zich los van dit internationale bankenkartel. Hitler maakte een eind aan het internationale financiële model gebaseerd op schuld. Hitler stelde de Reichsmark in en maakte zich hierdoor los van het internationale bankensysteem gebaseerd op interest en schuld. Het conflict tussen Hitler en de internationale (joodse) bankiers leidde onder andere de financiële WOII in (herstelbetalingen uit het verdrag van Versaille).

Een strijd tussen volk (nationalisme) en internationale bankiers. Abraham Lincoln werd  vermoord in de Verenigde Staten vanwege de installatie van een interest vrij bankensysteem. Op Andrew Jackson werden twee schoten gelost na een voorstel voor een interest vrije bankensysteem. John F. Kennedy werd neergeschoten in Dallas na een vergelijkbaar wetsvoorstel (invoering van de executive order 11110). De VS viel Irak binnen nadat Saddam Hoessein de dollar verving voor de euro als betaalmiddel voor olie. Door de hele geschiedenis heen zien we belangenverstrengeling tussen bestuurders van de overheid en de corporate sector. Meestal gaat het om macht (geopolitiek), geld, status, energiebelangen (olie, gas) en invloed. Soms speelt religie een rol (als middel om groepen op te hitsen). Maar door de hele geschiedenis heen zie je de strijd tussen samenleving (volk) en internationale bankiers. Achter de schermen vindt er veel meer plaats dan we op het eerste gezicht meteen zien. Dat gaat niet alleen op voor de vermening van onder en boven wereld, maar dat geldt ook voor het financiele systeem en de inlichtingsdiensten.

Vanaf de periode dat we enigszins mobiel zijn (scheepvaart, paard en uitvinding van het wiel) voeren we oorlogen om grondstoffen en machtsposities (ontstaan en uit elkaar vallen grote dynastieën). Technologie maakt het mogelijk om grootschalige oorlogen op meerdere velden te voeren. Vanaf de VOC-periode (17de eeuw) heeft het Westen door onder andere de verlichting en industriële revolutie een dominante globale rol gespeeld gebaseerd op kolonialisme (slavernij en handel specerijen) en neokolonialisme (oliebelangen in het Midden-Oosten). Het ingevoerde centrale (private) bankensysteem speelt daarin een grote rol. Het bankensysteem legt door middel van geldcreatie (financiële economie) een schuld op aan de maatschappij die door de reële economie bij gebeend moet worden. Daarom streeft zo’n beetje de hele wereld naar groei van de kwantitatieve economie. We moeten groeien om onze financiële schuld terug te betalen. Rente zorgt voor een extra toename van schuld en dus voor een extra incentive om te groeien. De verslaving naar groei zorgt voor een wereldwijde strijd om grondstoffen, uitbuiting van zwakkeren en wereldwijde oorlogen over vooral fossiele brandstoffen. Religie is het middel om bepaalde groepen tegen elkaar op te hitsen (zowel binnen grote religieuze stromingen als tussen verschillende religies of tussen religieuze groeperingen en niet religieuzen).

De verslaving naar economische groei in combinatie met religieuze conflicten zie je vooral terug in het westerse imperialisme in het Midden-Oosten. Met name de oliebelangen in het Midden-Oosten speelt een grote geopolitieke rol op het wereldtoneel. In de Eerste Wereldoorlog nam de rol van het westen in het Midden-Oosten toe door het zwakker wordende Ottomaanse Rijk en het conflict tussen de Geallieerden (Engeland, Rusland, Italië, Frankrijk) en de Centralen (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en het Ottomaanse Rijk). Tijdens de Eerste Wereldoorlog verdeelden Frankrijk en Engeland de eventuele gebieden in het Midden-Oosten in Franse en Engelse zones (protectoraat). De Engelsen beloofde de meestrijdende moslims grondgebied en zelfbestuur. Later kwamen de Engelsen hierop terug en beloofde ze het voormalige Kanaän deels aan de joden en deels aan de Palestijnen. De Engelsen en de internationale wereld voelde zich betrokken bij de Europese pogroms in Europa en de holocaust en gingen in op de roep naar een joods thuis.  Arthur James Balfour (eerste minister UK) riep Lord Rothschild via de geheime balfour-verklaring (en lobbywerk via de zionistische federatie, Chaim Weizmann) beweging op om na te denken over een joods thuis in Palestina waarin de Engelsen dit plan zouden ondersteunen in ruil voor financiële en politieke ondersteuning van de rijke Rothschild familie. Bijkomend voordeel is de strategische positie in een centraal gebied in het Midden-Oosten van de westerse mogendheden. Vooral de oliebelangen in het Midden-Oosten spelen daarin een belangrijke rol.

Advertenties